MICHIEL ROMEYN

Bepaal jij dat?

door Robert Lagendijk

Het nieuwe boek

Michiel Romeyn – Bepaal jij dat?

is nu te koop:

Michiel Romeyn

Het duurt even voordat Michiel Romeyn na de kunstacademie zijn weg en vorm weet te vinden, maar dan komt vanaf de jaren tachtig zijn leven in een stroomversnelling. Hij begint met vrienden de Amsterdamse uitgaansclub Mazzo, krijgt een Gouden Kalf voor zijn eerste filmrol en wordt een publiekslieveling met zijn Jiskefet-creaties Oboema, Storm en Van Binsbergen. Na de grote successen gaat het financieel flink mis met Goeiesmorgens – De Musical. Het team van Jiskefet valt uit elkaar.

Wie is Michiel Romeyn?

Boven alles een kunstenaar die wil maken. Met een potlood op een blaadje of met een spencer, pruik en plaksnor zijn ideeën, karakters en vooral zijn eigen leven vormgeven. Altijd volgens de regels die hij zelf bepaalt. Michiel Romeyn – Bepaal jij dat? biedt een verrassende kijk op een non-conformistische, gevoelige en unieke maker.

‘Michiel is een goede kijker met een enorm associatievermogen. Zijn kracht is voor alles open te staan, ook voor de dingen waar hij zich aan ergert, en daar meteen een idee voor een scene van te maken.’

Herman Koch

Lees hier gratis de eerste 10 pagina’s van Michiel Romeyn – Bepaal jij dat?

PROLOOG
WAT GAAN WE VANDAAG DOEN, LANGENDIJK?

Zondag 12 april, 2020. Ik rij mijn fiets de stoep op, naar het huis waar Michiel Romeyn met zijn vrouw Lily woont, en ik bel aan. Het coronatijdperk is nog vers en om een frisse neus te halen gaan we een eindje fietsen, de Amstel af.
Het is mooi weer voor een fietstochtje. ‘Hoe is het Lagendijk, heb je nog gekeken?’ Maar Lagendijk heeft nog niet gekeken naar de laatste af­levering van het televisieprogramma Hiphop Stars. In het programma moest Michiel samen met rapper Akwasi een tekst maken en het eindproduct zelf uitvoeren voor publiek in de Melkweg. Tijdens de opnames, toen hij met Danny de Munk en Karin Bloemen in de kleedkamer zat, belde hij me. ‘Dit doe ik nooit meer.’ Opnames met lang wachten en nog zenuwachtig ook. Michiel heeft niet veel met hiphop, maar had wel altijd iets met de ras-Amsterdamse Osdorp Posse. Om die reden is hij al maanden eerder met zijn coach Akwasi en presentator van het programma Fernando Halman naar de Sloterplas gereden, om daar een clipje te maken. Hij had voor die dag in ieder geval een figurant ingehuurd en voor vijf kilo toiletpapier gezorgd. En hij had een paar dichtregels voorbereid.

Die vissen willen niet echt bijten,
Ga nou je eigen pot maar lekker volschijten.


Het woord schijten moest natuurlijk door alle aanwezigen lekker vet aangezet worden: schijt-en. Nee, harder: schij-tuh! Hiphop + Osdorp Posse = plat + Osdorp + schijten = een figurant, vijf kilo toiletpapier en de Sloterplas. ‘Lagendijk, je bent een kwartier te vroeg!’ zegt Michiel als hij naar buiten komt en voor zijn huis de bandjes van zijn fiets begint op te pompen. Hij maakt allerminst aanstalten om op korte termijn te vertrekken. Er komt een man langs met een sikje, uilenbril en een linnen tas aan de schouders. Michiel schreeuwt de beduusde man uit het niets na: GroenLinks, GroenLinks!’ Hij kletst wat met een buurvrouw met hond en vult dan nog even de bidon. Een half uur later rijden we weg zonder belemmerende accessoires. Om diezelfde reden neemt hij nooit de riem mee als hij met zijn honden gaat lopen. Klein burgerlijk verzet.
Als we onder een aangenaam zonnetje over de kronkelweg richting Ouderkerk aan de Amstel fietsen, groeten mensen Michiel. ‘Dat is natuurlijk ook een voordeel als je zonder helm en bril fietst: je wordt nog eens herkend,’ zegt hij ironisch. Ze roepen hem zelfs: ‘Hé, Romeyn!’ Anderen hoor je in het voorbijgaan zijn naam tegen elkaar zeggen. Michiel kijkt me aan met een vette glimlach en zegt: ‘Dit is toch zalig.’ Na een kilometer of tien gaan we ergens op een bankje zitten: zadelpijn. Terwijl ik even op de telefoon kijk, vraagt hij me om de kijkcijfers van gisteravond er even bij te pakken: 470.000 mensen haalden de eindstreep van Hiphop Stars. Michiel kijkt stilzwijgend voor zich uit en stamelt: ‘Goh, dat is de helft van wat andere artiesten bereiken.’ Een dame die voorbijrijdt steekt haar duim op en roept dat hij het goed heeft gedaan.
Michiel trekt er graag op uit. Als hij in het hem welbekende Zeeland verblijft met de brommer of de fiets. Of hij rijdt gewoon wat in zijn auto door Nederland. Een einddoel heeft hij meestal niet, vaak gaan er honden mee. Regelmatig eindigen de tochtjes ergens bij een visboer voor een haring of een portie kibbeling, mits vers gebakken en van kabeljauw, omdat hij en de honden dat nou eenmaal lekkerder vinden. De visboer die vandaag in Ouderkerk aan de Amstel staat, vraagt twintig euro voor twee bakjes kibbeling: ‘Sodemieter, dit was wel de laatste keer bij deze visstal.’

We kennen elkaar sinds 8 maart 2016, toen ik hem interviewde voor een artikel in de vpro Gids over het radioprogramma Borát, waarvan hij een van de makers was. Hij wilde niet thuis of in een café afspreken, maar ‘iets gaan doen’. We deden het interview in het Amsterdamse Bos terwijl zijn honden Noef en P wat tussen de bomen rondscharrelden.
Die middag eindigde bij de viskraam in het winkelcentrum van Buitenveldert. De volgende ochtend belde hij me op. ‘Wat gaan we vandaag doen, Lagendijk?’
Volgens Michiel is niet alles wat hij zegt geschikt om zomaar op te schrijven. ‘Radio en televisie bieden ruimte aan nuance,’ zegt hij. Hoe vaak hij interviews niet moet herschrijven omdat een of andere journalist zijn werk weer eens niet goed heeft gedaan. ‘Het is een oud euvel.’ Toch wist ik het eigenlijk meteen: ik wil een boek over Michiel schrijven.


1. ‘EEN AARDIG VENTJE DAT VAN ANARCHIE HOUDT’

HERMAN KOCH & DR. SPOCK
Michiel heeft een broer, Joost, die anderhalf jaar ouder is. Joost zit op de Amsterdamse Montessori School en is bevriend met klasgenoot Herman Koch. Iedere dag zien de twee elkaar in de noodlokalen bij het Hilton Hotel aan de Apollolaan. Joost en Herman komen ook graag bij elkaar over de vloer. Het broertje Michiel, dat op dezelfde school zit, wordt op veilige afstand gehouden; hij mag niet op de kamer van de twee spelende vrienden komen. De vriendschap tussen Herman en Joost verwatert, maar de moeders zijn nog steeds dikke vriendinnen. Herman: ‘Op een dag kwam mijn moeder thuis na een bezoek aan moeder Romeyn en zei: “Herman, je moet eens met dat jongere broertje afspreken. Die is leuk!” Er klinkt enthousiasme in haar stem. Het is bijna alsof ze Michiel wil verkopen aan haar zoon: ‘Hij tekent heel erg bijzonder en maakt allemaal dingen, het is een leuk en actief iemand.’
Herman en Michiel zijn strikt genomen klasgenoten, want op de montessorischool zijn de eerste drie klassen samengevoegd. ‘Maar ik zag hem als het broertje van Joost dat de kamer niet in mocht,’ zegt Herman. ‘Op een gegeven moment hebben Michiel en ik toch een keer afgesproken. Eerst op school, daarna thuis. Het werd een vriendschap voor het leven.’ Herman is dan zeven, Michiel zes. Herman: ‘Ik herinner me dat ik hem meteen geestig vond. Hij had iets baldadigs, hij wilde dingen maken, streken uithalen.’ Michiels vader is architect en omdat hij kantoor aan huis houdt, loopt hij thuis altijd rond in een wit overhemd met opgestroopte mouwen. Herman voelt zich er fijn. ‘Het waren erg prettige mensen en ik werd daar behandeld als een lievelingskind.’
Dat Michiel toen al iets uiterst geestigs had valt op wanneer op een dag de Duitse politicus Willy Brandt tijdens een staatsbezoek de montessorischool aan de Apollolaan bezoekt en Michiel een clownsstukje moet opvoeren. Willy Brandt giert het uit en slaat van plezier op zijn bovenbeen. Verder herinnert Michiel zich niet veel van deze periode op school.

Na een paar jaar montessorischool gaat Michiel naar de Tweede Openluchtschool voor het Gezonde Kind, naast de Gerrit Rietveld Academie bij het Stadionplein. Hij zit dan in de derde of vierde klas. Het is de tijd van de populaire Amerikaanse kinderarts Dr. Spock, wiens opvoedkundige adviezen nogal afwijken van de gangbare aanpak. Zo worden kinderen als zelfstandige individuen gezien en wordt het belang van genegenheid thuis hoog ingeschat. Het opbouwen van discipline gaat overboord. De ideologie van de Openluchtschool is dat het gezond is voor een kind als het ook geregeld in de buitenlucht les krijgt. Michiel heeft één keer buiten les gehad.
Tegenover de school bevindt zich een begraafplaats waar een enorme betonnen bak staat, een soort container. Daar worden de lijkkisten van de geruimde graven in gegooid om later verbrand te worden. Als er maar even sneeuw ligt, halen Michiel en zijn vriendjes de triplex bodemplaten van de kisten, trekken de voorkant een beetje omhoog en fabriceren zodoende meesterlijke sleetjes. Een zacht kussentje zit er meestal al op.

Michiel en zijn broer groeien op in de jaren zestig en zeventig; een tijd van vrijheid, blijheid. Hoewel ze een keurige opvoeding krijgen, wordt hun niet heel veel discipline bijgebracht. Zoals een vriendin van Michel zegt: ‘Jullie zijn niet opgevoed, jullie zijn begeleid.’ De broers zijn rebels. Daarbij komt dat hun ouders ze veel vrijheid gunnen. Zijn moeder riep altijd: ‘Mi-chiel ga aan je huis-werk!’ Maar daar heeft hij weinig zin in. Veel liever legt hij een racebaan aan. Hij heeft er één van Fleischmann die van kamer naar kamer, het hele huis door kronkelt. Het gezin Romeyn woont op een grote etage. Een vaste route loopt van de gang tot onder het bed van zijn ouders en terug. Als de ouders ’s nachts slapen, gaan de broers autoracen. Ze hebben zelfs lampjes in de wagentjes gemaakt zodat het er extra spannend uitziet. Als hun vader om drie uur ’s nachts zijn bed uit gaat om naar het toilet te gaan, breekt hij voor de zoveelste keer bijna zijn nek. Hij vloekt slaapdronken, plast en stapt weer in zijn bed. Als de jongens binnen een halve minuut gesnurk horen, gaan ze weer door met racen.
Michiel en Herman Koch zijn jarenlang vrienden, maar verliezen elkaar uit het oog wanneer Herman naar de middelbare school gaat.

Koop Michiel Romeyn – Bepaal jij dat via: